LGBT Asylum Support start actie voor Yulia en Tara uit Rusland

LGBT Asylum Support is een inzamelingsactie gestart voor Yulia, Tara en hun zoontje. Ook wordt opgeroepen een kaartje te sturen.

Yulia, Tara en hun zoontje moesten onder tijdsdruk het azc in Ter Apel verlaten en zich melden in een ander azc.

Volgens Sandro Kortekaas verliep de zogenoemde transfer onder grote druk en in aanwezigheid van geüniformeerde politiemensen. Hij spreekt van ‘een deportatie’.

De twee uit Rusland kregen ze amper de tijd om hun boeltje te pakken en werden volgens Kortekaas onheus bejegend. Hij hielp de twee bij de gedwongen verhuizing.

Over de gedwongen verhuizing schreef Sandro Kortekaas op Facebook twee artikelen onder de titel: ‘Wanneer een transfer door het COA deportatie wordt’

‘Ik was perplex, geschokt over hoe het zo snel kon escaleren om niets en de knetterharde bewoordingen maar ook bedreigingen van politie. Dit zijn alleraardige mensen die louter hier komen om hun veiligheid, altijd respectvol zijn. Bovendien komen ze vanuit een land waar je autoriteiten absoluut niet kan vertrouwen en hun reden om hun land te verlaten. Maar ook, hoe kan je dit doen in de nabijheid van een spelend kind.’

Een gesprek met Sandro Kortekaas is te horen in de Roze Golf van 14 februari.

 #HartvoorYuliaenTara.

Een kaartje sturen kan naar: Yulia & Tara,

p.a.

Noorderstationsstraat 40, 9717 KP Groningen.

Een donatie mag ook:  IBAN NL47 TRIO 0212 4621 72 o.v.v. Yulia & Tara

Hieronder de complet tekst van de tekst die Sandro Kortekaas op Facebook plaatste

Wanneer een transfer door het COA deportatie wordt

Buitensporige intimidatie en bedreigingen door het COA en de politie naar lesbisch koppel

Ik haal diep adem voordat ik dit schrijf en vraag me werkelijk af of het allemaal gebeurd is en vooral waarom en met wat voor doel.

Dinsdagavond 9 februari ontving ik een bericht van een zeer aardig, lesbisch koppel, waarvan één transgender. Ze zijn uit Rusland gevlucht met hun zesjarig zoontje. Sinds april 2019 sta ik met ze in contact, zijn ze onderdeel van LGBT Asylum Support en hebben we hun voorzien van een asieladvocaat. Met z’n driëen verblijven ze sindsdien in azc Ter Apel.

Het is al in de avond en ik wist dat ze de twee weken daarvoor hun zenuwslopende interviews achter de rug hadden, het meest belangrijke onderdeel van hun asielprocedure waar ze bijna twee jaar op hadden gewacht. ‘Sandro, we krijgen net melding dat één van ons volgende week een aanvullend interview krijgt in Ter Apel, maar het COA wil ons verplaatsen naar een azc in een ver buitengebied zonder goed openbaar vervoer zoals een trein. Help ons.’

Beide maken zich zorgen omdat nu in corona-tijd, met ook nog eens sneeuw en kou, een klein kind bij zich, een transfer naar een andere azc extreem moeilijk zou zijn. Ik bel gelijk hun advocaat met wie ik die dag eerder een gesprek had over hun procedure. Die blijkt helemaal niets in beweging te krijgen bij het COA. De eerste van in totaal drie e-mails volgt aan het COA Bureau Veiligheid. Op vriendelijke wijze verzoek ik uit praktische maar ook de landelijk geldende corona-maatregelen zoals zo min mogelijk reizen, of beide nog een week in Ter Apel kunnen verblijven gezien aanvullend gehoor. Daarmee houden beiden hun rust en zijn er minder reisbewegingen. Bovendien staat de helft van hun unit al geruime tijd leeg.

De volgende ochtend blijkt het COA Bureau Veiligheid niet geantwoord heeft op het verzoek en stipt vanaf 9.30 uur staat het COA bij het koppel op de stoep. Dit gesprek loopt snel uit de hand waarbij het COA hun bedreigd met dat hun asielprocedure zal worden stopgezet als ze geen gehoor willen geven aan het verzoek het azc te verlaten en al hun goederen mee te nemen naar hun volgende azc. Een tweede verzoek door LGBT Asylum Support gaat per e-mail naar COA Bureau Veiligheid met de vraag waarom er geen opvolging op signalen is geweest. Immers het koppel heeft een goed onderbouwd verzoek gedaan zonder antwoord. Maar een antwoord van COA Bureau Veiligheid blijft nogmaals uit.

Kort daarop komt die ochtend het COA opnieuw bij het koppel langs, nu versterkt met twee politieagenten volledig in uniform, gewapend met stick en handboeien. Hun zoontje is die hele dag bij hun in hun unit, ziet en maakt alles mee. Tijdens dit bezoek belt één van de asielzoeksters mij op of ik uitleg kan geven aan de agenten van de bezwaren en het feit dat het COA Bureau Veiligheid niet reageert. De twee politieagenten geven vervolgens in krachtige bewoording aan dat als beide niet willen vertrekken, dit gezien zal worden als huisvredebreuk, onderdeel van de huisregels. En zo laat de oververhitte politieagente op luide en dwingende wijze aan beide weten dat deze huisregels in het begin van hun asielprocedure zijn uitgereikt. En als ze op dit verzoek niet ingaan, er een verordening zal worden uitgebracht. Wat zou inhouden dat beide in detentie geplaatst zullen worden geplaatst en hun kind van hun gesplitst zal worden. ‘Of ik dit even kon vertalen’, vroeg de agente. ‘Want’, zo vertelde ze me, ‘We voeren hier enkel de regels uit van hoger hand’.

Op dat moment had ik al aan beide asielzoeksters aangeboden te willen helpen door met onze bestelbus hun goederen desnoods naar hun volgende azc te brengen. Ik voelde al aan dat dit kansloos zou worden en de enige optie zou dan zijn om alsnog mee te werken. Over die goederen was het over de telefoon me al duidelijk geworden dat het o.a. om twee fietsen ging, veel koffers, tassen en speelgoed van hun zoontje. Te veel spullen, zeker met een klein kind om allemaal in één keer mee te kunnen te nemen. Maar de politieagenten waren volhardend: ‘U had ze eens moeten horen hoe ze het COA behandelden als vuil’, zei de politieagente tegen mij terwijl ik beide asielzoeksters op de achtergrond hoorde huilen. Waarbij ze nogmaals in gebroken Engels herhaalde voor het koppel. ‘Er zijn voor u twee keuzes: als u niet meewerkt komt er een verordening. Dat houdt in als u niet vertrekt uit deze unit, u in detentie belandt en uw kind elders wordt geplaatst. Of u verleent uw medewerking. Om 2 uur komen we terug.’, sloot de agente af.

Ik was perplex, geschokt over hoe het zo snel kon escaleren om niets en de knetterharde bewoordingen maar ook bedreigingen van politie. Dit zijn alleraardige mensen die louter hier komen om hun veiligheid, altijd respectvol zijn. Bovendien komen ze vanuit een land waar je autoriteiten absoluut niet kan vertrouwen en hun reden om hun land te verlaten. Maar ook, hoe kan je dit doen in de nabijheid van een spelend kind.

Kort daarop belde ik beide asielzoeksters op. Het was op dat moment bijna één uur in de middag, naar Ter Apel rijden vanuit Groningen is voor mij ongeveer een uur. ‘Dit gaat niet goed, het is niet eerlijk, jullie hebben feitelijk geen keuze’, vertelde ik. ‘Ik kom jullie kant op, ben er rond twee uur en dan help ik jullie met het vervoeren van jullie spullen’.

Vlak voor Ter Apel werd ik door één van beide asielzoeksters opgebeld. ‘Ja, hier het COA aan de lijn, ik hoor dat u deze kant op komt. Hoe laat bent u er? Dan gaan we zorgen dat u met de auto tot aan hun unit mag rijden, want ja, corona-maatregelen, dan mag er eigenlijk geen bezoek komen…’. Verbaasd bedank ik voor de medewerking.

Na de slagbomen bij de receptie, stopte ik mijn bestelauto voor hun unit waar de deur, ondanks vrieskou, wagenwijd openstond. Beide asielzoeksters – hun zoontje stil aan de keukentafel verscholen achter zijn tablet – stonden in de gang samen met twee stevige COA-medewerksters en een politieagent zonder herkenbaar uniform maar wel een mondkapje met politie-embleem. Het koppel was naarstig al hun spullen aan het inpakken met alle tassen en dozen die ze konden vinden. Ondertussen waren er ook al andere LHBTI-asielzoekers vanuit het azc gekomen, vrienden van het koppel.

‘Dus u bent meneer Kortekaas’, zei één van de medewerksters zonder zich voor te stellen. De gesprekken die volgden met de twee COA-medewerksters en politie waren chaotisch, ongekend bruut, fel en intimiderend. ‘Ja, moet u weten’ Zei één van deze dames tegen mij, ‘we zijn nog héél coulant geweest om ze tot twee uur de tijd te geven om hun unit te verlaten.’

Op afstand bleven ze kijken naar een omgeving die werkelijk alles weghad van een razzia van twee uiterst bange LHBTI-asielzoeksters die in te korte tijd al hun persoonlijke spullen probeerden bij elkaar te pakken, met geluiden van wanhoop die ik niet ken.

Ondertussen bleven de COA-medewerkers en de politieagent hun intimideren en hadden het onderling niet over persoonlijke eigendommen maar over ‘troep’. Die intimidatie werd zelfs zo erg dat ik één van de twee COA medewerksters vroeg om een andere toon naar mij aan te slaan als ook niet langer het woord ‘troep’ te gebruiken. Lukraak werden een aantal dozen door de politieagent buiten de unit gezet, onbeheerd achterlatend, om symbolisch duidelijk te maken dat ze eruit moeten. Er volgde nogmaals een chaotisch overleg waaruit het COA met een voorstel kwam. ‘Alles moet binnen een half uur ingepakt zijn. Wat niet meekan, kan in één kamer, die sluiten we af en dan kan meneer morgen de rest komen ophalen.’

Het drietal, COA en politie, vertrok en kwam na een half uur weer terug. Op dat moment waren er twee fietsen in de bestelauto geladen, bij elkaar ongeveer 17 koffers, tassen, kratjes en dozen gevuld en in de bestelauto gezet. Maar toen begon de razzia pas echt en werd de druk opgevoerd voor alle andere zaken die nog niet ingepakt waren. Op zeer wijze grove wijze ‘hielp’ op zijn manier de politieagent een handje mee totdat één van het koppel, transgender, haar zelfbeheersing verloor en hem duidelijk maakte: ‘NO VIOLENCE’.

De kamer die aangewezen was als ‘depot’, werd volgepropt door de agent die koffers erin sleurde en alles over elkaar gooide.

Razzia, dacht ik, dit is niets anders dan een razzia. Het gaat hier om mensen, niet om ‘dingen’ die je zomaar verplaatst. Het gaat hier om mensen die hier om hun veiligheid komen en waarvan vrijwel alle LHBTI-asielzoekers getraumatiseerd zijn. Beschadigde mensen die opnieuw een leven proberen op te bouwen en op het moment dat dit plaatsvond, zichtbaar en hoorbaar niets anders dan een herbeleving hebben. LHBTI-asielzoekers die we als kwetsbaar beschouwen. En ik vraag me af, wat voor mensen werken hier? Waar zijn gedragscodes van het COA en politie, het fatsoen, het respect naar elkaar. Waar is hier de menselijke maat? En waar komt deze haat vandaan?’

De kamer die als tijdelijk depot dienst deed, werd afgesloten. Stuk voor stuk werden delen van de unit in rap tempo vergrendeld. Hun zoontje verbleef de gehele tijd op afstand in de keuken wat als laatste vertrek leeg gehaald werd. Hij kreeg nog net de tijd om zijn schoenen aan te trekken, zijn jas aan te doen en een kleurige muts op te zetten. De poppetjes waar hij nog vlak daarvoor mee gespeeld had aan de keukentafel, stopte ik nog snel in één van de laatste dozen die in mijn overvolle bestelauto ging.

En ineens stonden we buiten, deden de COA-medewerksters de deur op slot en groette de politieagent deze twee dames van het COA en bedankte voor ‘de klus’ op deze ‘leuke’ middag. Ook de COA-medewerkers lieten weten klaar te zijn met hun werk, zeiden tot morgen tegen mij, draaiden zich om en liepen weg.

Ineens was ‘buiten’ de harde werkelijkheid. Een gesloten deur die voor deze asielzoekers niet meer open zou gaan. Een plek die voor hun voor het eerst in hun leven een veilig oord had geleken. Waar COA medewerksters die ze nog nooit gezien hadden, hun vandaag stonden te intimideren over hun ‘troep’ en dat ze moesten opschieten. Een plek waar in alle haast hun vergeten planten nog voor het keukenraam stonden. ‘En ik dacht, als ik morgen terug kom voor het ophalen van het tweede deel, neem ik die voor ze mee.’

Buiten in de vrieskou overleggen we ¬– het koppel, hun zoontje en ik – hoe hun route met het openbaar vervoer zal zijn en de vraag of het nog haalbaar is vanwege de avondklok. Hun zoontje begint te huilen. Het is voor hem teveel en merkt dat hij niet meer naar binnen kan. Deze dag heeft hij alles meegemaakt hoe zijn ouders – volledig over hun toeren – geen grip meer hadden op een panieksituatie die enkel buiten hun om escaleerde. Vreemde, onbekende COA medewerkers in hun unit die dreigden hun asielprocedure stop te zetten, politieagenten volledig in uniform die in hun unit dreigden hun kind af te nemen. Niets anders dan ongekende vromen van bedreiging, machtsvertoon en intimidatie. Een kind ziet en voelt alles en ik maak me daarom ernstig zorgen om hem. En omdat het zo snel die ochtend escaleerde, was dat voor mij ook de voornaamste reden om gelijk die middag naar ze toe te rijden.

Het is inmiddels laat in de middag. Ik leg het koppel uit dat mijn route per auto naar hun volgende azc één uur en bijna drie kwartier rijden is. Met ruim drie en een halve uur is hun route per openbaar vervoer met zes keer overstappen nog veel langer. Bovendien met het risico dat als ze ergens één overstap missen, ze niet voor de avondklok aankomen. Ik vertel beide hoopvol dat we een uitzonderlijk goed contact hebben met de lhbti-vertrouwenspersoon van deze azc sinds onze succesvolle azc Pride Tour in 2020. En ik spreek af deze medewerkster van het COA direct in te lichten zodra ik bij ben aangekomen.

Met een in een veel te krappe tijd volgestouwde bestelauto rijd ik richting de uitgang van azc Ter Apel en kom langs één van de kunstprojecten van beschilderde banken en tafels in het azc. Een project waar het koppel positief aan bijdroeg voor een veilige en prettige leefomgeving zoals ook het zaaien van zonnebloemen. Immers niet enkel door de achterstanden bij de IND verblijven vele asielzoekers veel te lang in azc’s, worden problemen in azc’s zeker ook gedomineerd door veiligelanders. Daarmee is het absoluut geen optimale omgeving waar kinderen zoals hun amper zesjarig jongetje, veilig kunnen opgroeien. Wat daarvan het effect in de nabije toekomst zal zijn, laat zich raden.

Na twee slagbomen, het passeren van de regenboogvlag die het COA van LGBT Asylum Support in 2017 ontving tijdens Nationale coming out dag en nu bij alle azc’s in Nederland beleid is, rijd ik door naar hun volgende azc. Onderweg merk ik hoe ik in shock ben van het zacht jammeren van beide ouders tijdens deze ongekende actie eerder deze dag van COA-medewerkers en politie van azc Ter Apel. De machteloosheid, het verschil in machtsverhouding, het laat me niet los, merk ik. En ik bedenk me telkens, als ik dat al zo ervaren heb, wat krijgt een kind daarvan mee. Deze vorm van bedreiging en intimidatie was excessief en mag niet zomaar op z’n beloop laten gaan. Dat moet een vervolg krijgen.

Geheel anders is het warme welkom wat ik meemaak in hun nieuwe azc en wat straks ook het koppel en hun zoontje te wachten staat. Want als ook hier de slagboom opengaat, word ik direct door de lhbti-vertrouwenspersoon naar een bespreekkamer geleid. ‘Sandro wat is er gebeurd, vertel’, en ik krijg de kans om als mens tot mens de uitzettingsactie van vandaag, die niets meer weg had van een reguliere transfer maar juist vanwege het buitensporig intimiderende en bedreigende gedrag, eerder zich kenmerkte als dat van een ‘deportatie’ en ‘razzia’. Wat de impact is op beide getraumatiseerde ouders omdat ze dit enkel in Rusland zouden kunnen verwachten, als ook mijn zorgen om hun zoontje. ‘Sandro, Ik ben hier tot tien uur vanavond dus ik vang ze op. Ik kom uit een kleine gemeenschap waar we op elkaar letten’, wordt me geruststellend en vanuit haar hart gemeend door de lhbti-vertrouwenspersoon verteld. En dit is waar het precies om gaat, de menselijke maat, aandacht voor omstandigheden, aandacht voor de individu. Het verwarmt me op een koude winterdag. Ik zou haast willen dat elke azc een lhbti-vertrouwenspersoon als zij heeft.

We bespreken tevens het probleem wat zich de aankomende week gaat afspelen als één van het koppel om negen uur in de morgen zich opnieuw moet melden voor een aanvullend gehoor in Ter Apel. Want met het openbaar vervoer zal dit niet lukken en was dit ook één van de praktische redenen waarom ze aan het COA van azc Ter Apel vroegen daar nog een week langer te mogen verblijven.

Met verbazing hoor ik: ‘Ja, de oplossing is dan dat het COA betaald voor een taxi’ en ik reken snel uit dat het dan minstens vierhonderd euro of meer moet kosten. Verbaasd bedenk ik me hoe hier met overheidsgeld wordt omgegaan. Immers, had het koppel nog een week langer in azc Ter Apel gezeten, had dat de vierhonderd euro gescheeld als ook mijn twee autoritten.

Samen met deze lhbti-vertrouwenspersoon halen we in het schemerdonker mijn bestelauto leeg. Ik app ondertussen met het koppel hoe hun reis verloopt, stel ze gerust dat ze hier een warm welkom zullen krijgen en de lhbti-vertrouwenspersoon op de hoogte is van hun situatie. In een donkere nacht rijd ik terug naar mijn huis in Groningen waar ik op dezelfde tijd als zij in hun nieuwe azc, aankom. ’s Avonds tot laat schrijf ik deel I; ‘Wanneer een transfer door het COA deportatie wordt’.

De volgende dag maak ik voor het tweede deel van hun goederen nogmaals dezelfde ruim 4 uur durende route van Groningen, Ter Apel naar hun nieuwe azc en weer terug naar mijn stad Groningen. Maar niet voordat ik eerst ‘Deel I’ online plaats.

Na een uur rijden gaan opnieuw de twee slagbomen van azc Ter Apel voor me open, mag ik per uitzondering met een auto als ook als bezoeker in corona-tijd het azc in en passeer ik ‘mijn’ regenboogvlag. Met het passeren van deze vlag, schiet als gedachte het woord ‘symbool politiek’ door mijn hoofd en vraag ik me af waar gisteren juist een vorm van lhbti-beleid naar kwetsbare lhbti-asielzoekers te bespeuren was. Niets van dit alles, als sneeuw voor de zon.

Nogmaals staat de voordeur van hun unit wagenwijd open en één van de COA-medewerksters die gisteren ook aanwezig was, is voor inspectie ter plekke samen met verschillende andere medewerkers. De persoonlijke goederen die gisteren nog als ‘troep’ werden aangemerkt, worden uit het tijdelijke depot gehaald en door het COA naast de voordeur gezet. Zonder medewerking breng ik vervolgens zelf de goederen in mijn bestelauto. Ik bemerk daardoor hoe de werkzaamheden door deze allemaal anonieme medewerkers – waarvoor het waarschijnlijk dagelijkse praktijk is – formeel, onverschillig en bijna gevoelloos wordt uitgevoerd.

Als laatste gebaar ik naar de planten die nog steeds voor het keukenraam staan, want ook die gaan mee. En terwijl de COA-medewerkster opnieuw de deur van de unit afsluit, vraag ik terloops of er een declaratieformulier is zodat ik de transportkosten bij het COA kan indienen. Immers, als gisteren alles in onderling overleg had plaatsgevonden, had alles waarschijnlijk met wat passen en meten, in één keer meegenomen kunnen worden. En in alle hectiek waar het COA zelf debet aan was, was het ook het COA die zelf voorstelde dat ik dan de volgende dag nog maar een keer langs zou moeten komen. ‘Meneer, dat is niet onze verantwoordelijkheid, daarvoor moet u bij de asielzoekers zijn’, gaf de COA-medewerkster als ontwijkend antwoord waarmee voor haar einde discussie.

Met gemengde gevoelens verlaat azc Ter Apel waar een mensenmassa veel te dicht op elkaar staat te wachten voor hun wekelijkse meldplicht. Het is extra druk op dagen als deze in het doorgaans vrijwel geheel autovrije terrein van azc Ter Apel. Stapvoets verlaat ik via de twee slagbomen het azc. Bij de ingang beweegt de wind voorzichtig een beetje de regenboogvlag die naast de vlag van het COA hangt. Trots wapperen zit er vandaag niet in.

Door een maagdelijk wit landschap rijd ik naar een ander deel van het Noorden waar dezelfde zon schijnt maar in deze azc een compleet andere wind waait. Na een vriendelijk gesprek met een COA-medewerker, zie ik één van het koppel zwaaiend op mij af komen, blij na alles van de dag daarvoor me weer te zien. Met twee bolderwagens vol goederen, help ik nog een handje mee om hun laatste persoonlijke spullen waaronder de planten die nog voor hun keukenraam stonden, af te leveren voor hun unit. Het eerste welkomsgesprek met hun lhbti-vertrouwenspersoon heeft hun zichtbaar goed gedaan waarmee eindelijk aandacht voor hun als individu. En in een nog onwennige omgeving nemen we nog snel een selfie voor de voordeur van hun nieuwe opvang, hun tijdelijke nieuwe thuis.

‘Take some time to rest also, Sandro. You do so much for all lgbti-refugees’, krijg ik als bedankje van het koppel mee. En ik antwoord met grote glimlach achter mijn mondkapje: ‘An activist never has time to rest’, met verwijzing naar de ruim drieduizend uur vrijwilligerswerk in 2020. En terwijl ik met een lege bolderkar terugloop naar mijn auto om naar mijn veilige thuis te rijden, probeer ik me telkens voor te stellen wat er nou misging, hoe het zo kon escaleren, de reden of redenen. Waarom de aandacht voor de individu per azc zo hemelsbreed kan verschillen en zeker ook de belangrijke rol van lhbti-vertrouwenspersonen. Want het is niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste keer, dat we deze vorm van agressieve intimidatie meemaken door het COA als ook door de politie. Maar wel dat het de eerste keer is dat ik dit als getuige meemaak. En onderweg naar mijn veilige thuis, bedenk ik alweer de volgende nieuwe actie: #HartvoorYuliaenTara.

Stuur ze een hartverwarmend kaartje:

Yulia & Tara, P/A

LGBT Asylum Support

, Noorderstationsstraat 40, 9717 KP Groningen.

Een kleine donatie mag ook. IBAN NL47 TRIO 0212 4621 72 o.v.v. Yulia & Tara



Categorieën:Nieuws

Tags: , , ,

%d bloggers liken dit: