Column Frans Heemskerk: 1966

Frans Heemskerk september 2017Frans Heemskerk schrijft dagelijks een persoonlijk verhaal op zijn site Aidan’s World. Hij is verder vaste columnist bij het programma ‘Uit de Kast’ op Radio Capelle, Omroep Zuidplas, Radio Schiedam en de Lokale Omroep Krimpen aan de IJssel.

De jaren zestig begonnen eigenlijk pas in 1966. Daar bedoel ik mee dat alle nostalgie en heimwee die we naar die jaren hebben, veelal zijn gestoeld op wat er vanaf dat jaar gebeurde in de maatschappij; het gevoel dat het allemaal anders moest en vooral ook anders kon. Tussen 1960 en 1970 zien we de grootste groei van lonen ooit. Die snelle stijging van de brutolonen komt onder meer door de koppeling van lonen aan de kosten van het levensonderhoud, waardoor ook jongeren steeds meer te besteden kregen en ook steeds meer van zich lieten horen. Liepen de jaren 50 met de bange jaren 40-45 nog in het geheugen door tot ongeveer 1965, het gevoel van vrijheid, love, peace en happiness begon in 1966 met het jaar erna de wereldwijde ‘Summer Of Love’. Met een bloem in hun haar het vredesteken makend, gingen de hippies slapen op de Dam. De musical ‘Hair’ liet middels geweldige muziek zien en horen dat liefde het antwoord is tegen oorlog, met name die in Vietnam. Teenagers hadden een belangrijke stem in het geheel gekregen. Dat hoor je in de muziek uit die tijd. De gevestigde orde moest eens flink worden opgeschud. Dat jaren 60 gevoel duurde zo ongeveer tot 1974/75.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat op politiek vlak ook het een en ander gebeurde. Onder leiding van Hans van Mierlo, journalist bij het Algemeen Handelsblad en diens collega en tevens oud VVD’er Hans Gruijters wordt er in 1966 een soort kiezersonderzoek gehouden middels een appèl van acht kantjes waarin ze kond doen van het feit dat volgens hen de democratie wel enige hervormingen kan gebruiken, want, zo staat te lezen in het appèl, ‘Wij zijn van mening dat ons staatsbestel bedroevend functioneert. Het politieke spel moet nog steeds worden gespeeld volgens regels die dateren uit de vorige eeuw.’

Ze hebben de tijd mee: de reacties zijn overweldigend en in een persconferentie presenteert een groep van 36 mensen de nieuwe partij: Democraten ’66. In het welbekende campagnefilmpje van januari 1967 doet Hans van Mierlo iets vernieuwends, hij spreekt lopend door de straten van Amsterdam de kiezer rechtstreeks aan.

Het heeft succes, bij de eerste Tweede Kamerverkiezingen waar D66 aan meedoet, in februari 1967, haalt de partij zeven zetels. Even leek het erop dat de partij in 1973 al gedoemd was zichzelf op te heffen, maar ternauwernood gaat de partij door en is er, al die jaren jojoënd in zetelaantallen, nog steeds. Markante leden als de voornoemde Hans van Mierlo, Jan Terlouw, Thom de Graaf, Boris Dittrich (die overigens te kennen heeft gegeven weer terug te willen keren in de politiek), Pia Dijkstra, de betreurde Els Borst, Boris van der Ham en Alexander Pechtold zijn namen die in het collectieve geheugen zijn verankerd.

Sinds 9 oktober jongstleden is, na het opstappen van Alexander Pechtold als fractievoorzitter, de 31-jarige Rob Jetten verkozen tot zijn opvolger. Zijn wat -politiek gezien- jonge leeftijd, deed bij velen opzien baren, terwijl ik persoonlijk denk, en het ook in de geest van de partij vind liggen, dat het heel goed is om juist in deze tijd een ook qua leeftijd gemêleerd gezelschap in de Tweede Kamer te hebben. Daarnaast is Rob gay, maar dat vind ik eigenlijk en beetje een non-issue, hoewel ik moet toegeven dat ik het wel mooi en goed vind dat lhbt’ers zich in het politieke spectrum bevinden. En het moet gezegd dat dat bij D66 al decennialang totaal geen punt van discussie is.

Zolang het om de kwaliteiten van de persoon gaat en niet om diens sekse of geaardheid, is het wat mij betreft prima. Ik ben daarom allergisch voor bijvoorbeeld een stelling dat er een quota aan vrouwen op belangrijke posities moet zijn, ook als een mannelijke kandidaat eigenlijk geschikter wordt bevonden. Positieve discriminatie wordt het genoemd, in mijn ogen een contradictio in terminis. Daarnaast is in Nederland, in vergelijking met andere Europese landen, merendeel van de vrouwen helemaal niet zo carrièregericht. Drie dagen werken vinden ze vaak voldoende, omdat ze ook voorleesmoeder willen zijn en tijd willen hebben voor hun eigen ikje. Maar dat is een andere discussie. Rob Jetten dus, leuke kerel, een frisse wind misschien, we gaan het meemaken. Ik hoop alleen dat hij de mediatrainingen die hij gevolgd heeft, niet steeds letterlijk in de praktijk blijft brengen. Nieuwigheid zullen we maar zeggen.

Ook in de gemeentepolitiek blaast D66 hun deuntje mee, zo zijn er bijna 25 burgemeesters in Nederland van D66. In alle gemeenteraden waar ‘Uit De Kast’ wordt uitgezonden, Capelle aan den IJssel, Zuidplas, Schiedam en Krimpen aan den IJssel, is D66 vertegenwoordigd, en bij die laatste gemeente hebben zij er mede voor gezorgd dat op Coming Out Dag 11 oktober voor de eerste keer de regenboogvlag wapperde bij het raadhuis.

52 jaar na oprichting kun je stellen dat D66 zich met vallen en opstaan een plaats heeft veroverd in het Nederlandse politieke landschap. Of ze altijd voluit hun belangrijke idealen, of zoals ze die zelf noemen, hun ‘kroonjuwelen’, voor de volle honderd procent kunnen waarmaken, is bijna niet haalbaar in een land waar compromissen sluiten op politiek niveau nu eenmaal een noodzaak is. Maar het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht en de euthanasiewetgeving, daar hebben zij mede voor gestreden en daar kunnen ze trots op zijn. Of regeren in een coalitie waarin ook VVD, en het uiterst vloeibare CDA zich bevinden een verstandige keuze was, durf ik te betwijfelen. De toekomst zal dat uitwijzen.

Het jaren 60 gevoel tijdens de oprichting van D66 waarin in het appèl gewag werd gemaakt van de ‘hachelijkheid aangaande sommige verschijnselen in onze parlementaire democratie’ lijkt ineens niet zo heel lang geleden, en zelfs over vandaag de dag te kunnen gaan als je zo eens bekijkt wat er nu allemaal gebeurt. Hé Rob Jetten, misschien tijd voor een nieuw appèl?

Alle maatschappelijke veranderingen in de jaren 60 werden natuurlijk gelardeerd met muziek, en als je het mij vraagt hele goede muziek. Het zijn dan ook de liedjes die de weemoed en de nostalgie naar die tijd versterken. Het kan dan ook geen toeval zijn dat één van de nummers die je meteen in de eerste zin al terugbrengt naar de swinging sixties uit 1966 komt: ‘Hot town summer in the city’ van The Lovin’ Spoonful.

Deze column is te horen in het programma Uit de Kast van van zaterdag 21 oktober 2018.



Categorieën:Column

Tags: , , ,

%d bloggers liken dit: