Column Frans Heemskerk: Oud

Frans Heemskerk september 2017Frans Heemskerk schrijft dagelijks een persoonlijk verhaal op zijn site Aidan’s World. Hij is verder vaste columnist bij het programma ‘Uit de Kast’ op Radio Capelle, Omroep Zuidplas, Radio Schiedam en de Lokale Omroep Krimpen aan de IJssel.

Is oud worden voor een lhbt’er nu zo heel anders dan voor willekeurig elk andere persoon? Volgens mij niet en volgens mij beleeft iedereen het ouder worden op zijn of haar eigen manier. Daar kun je geen algemeen label opplakken, al doen we dat graag: in hokjes en in groepen denken. Ik snap natuurlijk ook wel dat beleidsmakers het grote geheel voor ogen hebben, maar daarbinnen moet ruimte zijn voor individualiteit, zeker met zoiets persoonlijks als het ouder worden. Daar heeft ieder voor zich bepaalde ideeën en wensen over, al dan niet ingegeven door niet te beïnvloeden omstandigheden zoals bijvoorbeeld gezondheid, wat de basis is van alles.

De ene oudere blijft tot boven de negentig nog vitaal en ondernemend terwijl de ander met zestig al wegens gezondheidsklachten of uit vrije wil niet verder komt dan het bed en de stoel. Het ene mens is z’n hele leven omringd door anderen en vindt dat prettig. Maar een ander die z’n hele leven naar volle tevredenheid alleen heeft gewoond, moet er niet aan denken om plots z’n schemerjaren te moeten doorbrengen in een omgeving waar gezamenlijk het toverwoord is.

Het enige wat anders is bij lhbt’ers is hun geaardheid. Hoe zijn ze daar in hun leven mee omgegaan? Werd het geaccepteerd? Waren ze er open over, of zijn ze hun hele leven in de kast gebleven? Het kan natuurlijk niet zo zijn dat een bejaarde homo of lesbienne die het hele leven out en proud is geweest in hun nadagen weer de kast in worden gejaagd, net zoals je niet van iemand kunt verwachten die zich altijd heeft moeten verschuilen dat-ie plotseling de laatste jaren van zijn leven alsnog uit de kast geduwd moet worden. Daarnaast hebben lesbiennes, homo’s en transgenders doorgaans geen kinderen die hen zouden kunnen bijspringen als mantelzorgers. Hoewel je je daar niet op moet blindstaren, want hoeveel ouderen die wel kinderen hebben, zien ze niet of nauwelijks om over mantelzorgen nog maar te zwijgen. Zo hoorde ik laatst iemand zeggen dat-ie geen tijd had om z’n moeder te ondersteunen want hij had z’n eigen leven. Ik schaamde zijn schaamte.

Maar wat ik dus bedoel, ieder mens heeft een eigen verhaal, en ieder mens heeft het recht om waardig zijn of haar oude dag door te brengen. Daarom is het zo belangrijk dat binnen het algemene beleid het persoonlijke verhaal nooit vergeten mag worden. Sterker nog dat moet op microniveau zelfs het belangrijkste zijn.

Hoe ik zelf het ouder worden ervaar werd mij gevraagd om in deze column op te nemen. Om te beginnen moet je begrijpen dat om één of andere reden in de gaywereld jong zijn het grootste goed is. Nu is de hele maatschappij wel gericht op jonge mensen, probeer als vijftigplusser maar eens een leuke baan te vinden, maar in de homogemeenschap wordt er in gayjaren gerekend. Als je in de echte wereld vijftig bent, dan ben je in gayjaren ongeveer tachtig.

Toen ik ergens in de vorige eeuw als 18 jarige mijn eerste stap zette in een homokroeg, draaide het aanwezige publiek als één man het hoofd om, want nieuw vlees in de kuip en vooral jong nieuw vlees. Het was de tijd voor internet en alles wat daarbij hoort, dus men diende er werkelijk op uit te gaan om gelijkgestemden te vinden. Ik vond al die aandacht een beetje ongemakkelijk en alle avances die werden gemaakt middels, oogcontact, briefjes, drankjes aanbieden, complimentjes, of gewoon recht op de man af maakte juist dat ik meer in m’n schulp kroop. Het was vleiend, maar ik kon en deed er niet zoveel mee, waarschijnlijk omdat ik onbewust wist dat het heel oppervlakkig was.

Zou ik nu zo’n zelfde etablissement binnentreden, zullen de blikken even naar de deur gaan, maar men zal al snel weer doorpraten of de interesse weer terug naar het drankje verleggen, want ik ben in gayjaren ver in de tachtig. Je wordt nog wel gezien, maar meer als iets dat er nu eenmaal is, zoals een boom of een struik. En eigenlijk voel ik me daar veel fijner onder. Ik ga graag op in de massa en ben vrij solitair ingesteld.

Ik zie het ouder worden dan ook meer als een soort bevrijding. Je hoeft veel minder en er wordt minder van je verwacht. Zeker als je de jeugd van thans in ogenschouw neemt. Mijn God, wat moeten die kinderen veel, van zichzelf, van hun omgeving, van de maatschappij. Nee, ik zou in deze tijd zeker niet jong meer willen zijn. In mijn tijd, de jaren ‘80 en ‘90 van de vorige eeuw misschien nog wel, die tijd ken ik en ik weet hoe het is om dan jong te zijn, maar nu, alsjeblieft niet.

Maar juist omdat de gaywereld zo hangt aan het jong zijn, zijn er veel mannen van, nou laten we zeggen, mijn leeftijd, die hijgend hip blijven doen. Ze kleden zich in kinderkleding, blijven hun haar verven waardoor ze op Gretta Duisenberg lijken. Of bij dunner wordend haar, wordt er een soort Trumpeske haarconstructie toegepast, waardoor het alleen nog maar meer opvalt. Terwijl, als je met je wijkende haargrens zit, er zoveel prachtige innovatieve oplossingen zijn tegenwoordig. Aan de andere kant, als ze zich er senang bij voelen moeten ze het vooral blijven doen.

Zelf heb ik van jongs af aan vijftig als een soort eindpunt, of zo je wilt, ijkpunt gezien. Het punt waarop je leven eigenlijk voltooid is en je langzaam gaat afbouwen, waarmee ik bedoel dat wat je voor ogen had hoe je leven er uit zou moeten zien onderhand wel gerealiseerd is, zodat je nu de vruchten ervan gaat plukken en je je neerlegt bij zaken die anders zijn gelopen dan gedacht. Die visie is sinds ik drie jaar geleden vijftig werd niet veranderd. Eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat ik daarvoor twintig jaar lang negenentwintig ben geweest, een knieval voor de jong-zijn-obsessie die je als gaysueel, in wat voor vorm dan ook, wel meekrijgt, maar die je, als het goed is, op een bepaald moment van je af laat glijden. Medevijftigers reageren vaak als door een wesp gestoken als ik mijn gevoel hieromtrent ventileer, want ze zijn nog jong, nog niet op de helft (yeah right…), willen nog van alles, zitten vol met plannen. Prima. Helemaal goed. Dat geldt voor hen. Je hoort mij niet zeggen dat ze in een soort ontkenning dan wel midlife crisis zitten. Het is de wijze waarop zij het zien en die is anders dan die van mij. Dat mag, daar is ruimte voor.

Nodeloos te zeggen dat ik mijn schemerjaren het liefst door zou willen brengen in mijn eigen woning, zeker geen bejaardenhuis, want zoals gezegd ben ik mijn hele leven vrij solitair geweest en ambieer de laatste jaren geen groepsgebeuren. Maar het allerbelangrijkste is en blijft een mens z’n gezondheid, en daarom sport ik, hou mijn gewicht in de gaten, eet gezond, heb ik nooit gerookt of drugs gebruikt en drink ik slechts één glas wijn per dag. Niet om hangend aan de wijzers van de klok gillend en schreeuwend jong en hip te blijven, maar om zo lang mogelijk zelf mijn keuzes te kunnen maken in plaats van dat mijn gezondheid dat voor me doet.

Deze column is te horen in het programma Uit de Kast van van zaterdag 7 juli 2018.



Categorieën:Nieuws

Tags: , ,

%d bloggers liken dit: