Column Frans Heemskerk: Astrid en ik

Frans Heemskerk september 2017Frans Heemskerk schrijft dagelijks een persoonlijk verhaal op zijn site Aidan’s World. Hij is verder vaste columnist bij het programma ‘Uit de Kast’ op Radio Capelle, Omroep Zuidplas, Radio Schiedam en de Lokale Omroep Krimpen aan de IJssel.

Als ik in gezelschap de naam Astrid de Backer zou laten vallen, zal er waarschijnlijk geen reactie van herkenning zijn. Maar drop ik de naam Astrid Nijgh, dan lichten ogen op en is de welhaast automatische reactie, ‘oh ja, ik doe wat ik doe’, de titel van de hit van Astrid uit 1973, welke zich sindsdien in ons collectieve geheugen heeft genesteld. En dan te bedenken dat het lied niet voor Astrid was geschreven. Het was een tekst van destijds Astrid’s man, de fenomenale tekstdichter Lennaert Nijgh waarbij Astrid de muziek had gemaakt voor een programma van de VPRO waarin Jenny Arean het zong. Daarna verdween het lied, totdat Adèle Bloemendaal tegen de inmiddels van Lennaert gescheiden Astrid zei: ‘Kind, je moet dat lied opnemen, dat wordt een hit’. En dat had Adèle goed gezien, het werd een hit.

Ik was acht jaar toen het uitkwam en de tekst zal ik niet meteen zo hebben begrepen, maar het intro en het ritme van de muziek maakten indruk. Het is zo’n lied dat je bij de eerste maten al herkent, en daarbij natuurlijk Astrid’s bijzondere stem. Het lied sloeg in als een bom. Tot die tijd moest Nederland het doen met de olala-pikanteriën van Johnny Hoes over sneeuwwitte boezems die nauwelijks bedekt waren, of Dikke Leo die de schoorsteen kwam vegen van Brigitte Bardot; ‘Goedemiddag juffrouw Bardot, is-ter hier nog iets wat ik vegen mot’, dat werk. Liedjes waarbij het min of meer op verhullende wijze over seks ging in het algemeen en over prostituees in het bijzonder. Maar altijd op een wat lacherige oh-oh-hoor-ons-nou-toch-eens-ondeugend-zijn toon.

Daar maakte Astrid met ‘Ik Doe Wat Ik Doe’ korte metten mee, in dit lied werd in iets meer dan drie minuten een portret geschetst van vrouw van vlees en bloed die op nuchtere wijze over haar professie als prostituee sprak, zonder flauwiteiten. Baarde dat zal opzien, het feit dat Astrid zo’n persoonlijk relaas in de ik-vorm zong was ook iets wat tot dan toe nog niet veel en zeker niet zo expliciet was gedaan. Dat alles bij elkaar heeft er toe geleid dat nu 45 jaar na dato Astrid Nijgh en ‘Ik Doe Wat Ik Doe’ onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat zal ook altijd zo blijven.

Maar Astrid heeft zoveel meer gedaan, natuurlijk in eerste plaats het zingen van weergaloze nummers, veelal geschreven in samenwerking met Lennaert, want na hun scheiding zijn ze als een soort Gerard Cox en Joke Bruijs op artistiek gebied altijd samen blijven werken, maar vanaf een bepaald moment is ze begonnen met ook zelf teksten te schrijven. Astrid zingt met die prachtige contra-alt stem nummers op een manier die je raakt. Je ziet dat wat ze zingt voor je, je beleeft het. Als ze zingt ‘Kom zwerf met mij door de nacht’,  dan wil je met haar mee, want je beseft dat deze vrouw weet waar je moet zijn, waar het gebeurt, waar je de bijzondere en interessante mensen ontmoet. In de mist en regen van het Leidseplein bijvoorbeeld. Zij kent die lieve Maria die aan de gracht zit en haar beroep alleen maar kan uitoefenen als ze zich in een fantasiewereld waant. Ze geeft die vrouw wiens man in de bak zit, maar voor de buurt probeert vol te houden dat-ie in het buitenland is, een stem. Herkennen we onszelf niet allemaal in die onzekere puber als Astrid zingt, over de zomer dat ze zeventien werd en heeft niet iedereen op een zeker moment de angst voor oude wonden gekend die door warmte weer open zouden kunnen gaan zoals ze dat zo mooi in het lied ‘Misstap’ verwoord. Stuk voor stuk pareltjes van het betere Nederlandse lied.

Maar naast haar werk als platen opnemende zangeres heeft Astrid ook radioprogramma’s gepresenteerd en aan verschillende theaterprogramma’s meegewerkt. Ik heb haar samen met Barrie Stevens, Saskia van Zutphen en de veel te vroeg overleden Martin van Dijk in ons eigen Isala Theater gezien met de geweldig leuke voorstelling ‘De Krasse Knarren’. Daarin werd gezongen en gedanst, en belichtten ze het ouder worden en vertelden ze alle vier op anekdotische wijze over hun leven en carrière.

En laten we niet vergeten dat Astrid ook voor collega’s al dan niet samen met Lennaert nummers heeft geschreven, uiteenlopend van Ria Valk tot Leen Jongewaard. Eén van de meest fantastische nummers, of zoals de zanger die het heeft opgenomen zelf altijd zo mooi zegt: ‘stukken’, is het meer dan prachtige en tijdloze ‘Tegen Beter Weten In’. Het behoort zeker tot mijn favorieten aller tijden. Het lied is oorspronkelijk in opdracht geschreven voor een IKON-programma, maar in 1973 nam Rob de Nijs het op voor het album ‘In De Uren Van De Middag’, welke zijn rentree als populaire zanger markeerde.

 

Deze column is te horen in het programma Uit de Kast van van zaterdag 21 april 2018.



Categorieën:Column

Tags: ,

%d bloggers liken dit: