Column Frans Heemskerk: Uit de kast

Frans Heemskerk september 2017Frans Heemskerk schrijft dagelijks een persoonlijk verhaal op zijn site Aidan’s World. Hij is verder vaste columnist bij het programma ‘Uit de Kast’ op Radio Capelle, Omroep Zuidplas en Radio Schiedam.

Geen enkele jongen is ooit een gesprek gestart met zijn ouders die begon met deze zin: ‘Mam, pap ik moet jullie wat vertellen, ik val op meisjes’. Daar gingen die ouders ook al van uit, want heteroseksualiteit is de norm. Mannetje, vrouwtje, huisje, boompje, beestje, kindje, deze jaren ‘50 opsomming is nog steeds wat als gewoon of zelfs als normaal wordt beschouwd in en door de maatschappij. Zolang je je daar aan houdt, hoef je jezelf niet te verantwoorden, je voldoet immers aan het verwachtingspatroon. Anders is het wanneer je dat niet ambieert. Ik weet bijvoorbeeld van vriendinnen die in hun vruchtbare jaren zonder omhaal werden gevraagd wanneer er kinderen kwamen. Ze hadden een man waarmee ze gelukkig waren, dan was volgens de vragensteller kinderen de meest logische volgende fase. Dat zij er bewust voor hadden gekozen geen kinderen te willen, was iets wat kortsluiting veroorzaakte in de hersentjes van degene die zelf waarschijnlijk een leven vol maatschappelijke platitudes leidde. Het week af van wat doorgaans als ‘gewoon’ wordt gezien. Zij kwamen dus uit de kast als bewust kinderloze vrouw.

In de opvoeding wordt er al duidelijk onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. De kinderen zijn daar vanuit zichzelf niet zo heel erg mee bezig volgens mij, maar de ouders en andere volwassenen rondom hen des te meer. Je kunt al zien aan het speelgoedaanbod dat specifiek is gericht op jongens of meisjes dat het er vroeg wordt in gehamerd. In mijn tijd speelde jongens met autootjes en meisjes met poppen. Nu werden speelgoedauto’s nog wel oogluikend toegestaan voor meisjes, maar een jongen die met poppen wilde spelen, dat moest direct de kop worden ingedrukt. Dat kon nooit goed gaan! Ik weet dat uit de eerste hand, want als kind vond ik poppen geweldig, maar daar kon absoluut geen sprake van zijn. Ik mocht op de kleuterschool niet in de poppenhoek spelen want ‘ik was een jongen’. Meisjes mochten wel in de blokkenhoek spelen. Die onrechtvaardigheid voelde ik toen al.

Als ik eens ergens was waar poppen waren, werd ik er als door een magneet naar toe getrokken. Het was immers een soort verboden vrucht. Dat gegeven bracht mijn moeder ertoe dit tijdens een bezoek aan de huisarts voor iets anders ter sprake te brengen. ‘Ach mevrouw’, antwoordde de zeer heteroseksuele dokter, ‘Ik heb vroeger ook met poppen gespeeld, u moet zich daar niet te druk om maken.’ Ik wil niet beweren dat ik nu een medicus met hoog aanzien had kunnen zijn als mij het spelen met poppen in mijn vroege jeugd niet was ontmoedigd, maar ik wil ermee aangeven dat je als kind gewoon je gevoel wil volgen met iets heel onschuldigs en dat er volwassenen in je omgeving zijn, die je dan een bepaalde richting opduwen omdat zíj vinden dat een jongen niet met meisjesspeelgoed mag spelen. Zo wordt al in een heel vroeg stadium op enigszins indoctrinerende wijze duidelijk gemaakt dat je je naar de norm dient te gedragen die in jouw omgeving geldt.

Langzaam maar zeker is die zienswijze aan het veranderen. Zo vernam ik laatst het volgende van een mij bekende moeder op Facebook bij de verjaardagsfoto’s van haar 12-jarige zoon: ‘Voor de oplettende kijkers onder jullie; onze zoon heeft inderdaad meisjeskleren aan. Hij wil graag uitzoeken hoe hij zich het meest zichzelf voelt en vooralsnog voelt de meisjes-ik blijkbaar het fijnst. Van ons krijgt hij (vooralsnog alleen thuis en nog niet op school) lekker de ruimte om nu een zij te zijn en dan zien we vanzelf wel waar de toekomst ons brengt. Dus bij deze is ook Facebook op de hoogte’.  Op de foto’s van het feestje zag je vriendjes en vriendinnetjes en familieleden die dit gewoon accepteerden, en ook de reacties onder dat bericht waren positief. De ouders doen er niet moeilijk om, staan achter de keuze c.q. zoektocht van hun zoon die zich daardoor gesteund en beschermd voelt en comfortabel in de ruimte die hij krijgt om zichzelf te zijn.

Ik ben me ervan bewust dat deze ouders een positieve uitzondering zijn vooralsnog, maar ik ben er van overtuigd dat er in de toekomst op deze tijd wordt teruggekeken met onbegrip over zoveel benauwdheid over het denken in gender-identiteit, dat die hokjes allemaal vervagen en het mens zijn an sich de boventoon voert. Hoewel het anders dan de norm zijn nu al veel meer wordt geaccepteerd, en ik het verschil met pakweg 40, 45 jaar geleden al duidelijk zie, zal het best nog een paar generaties duren eer het voor iedereen lood om oud ijzer is of je nu op een meisje of een jongen valt. Zeker mensen die de aanname hebben dat er een opperwezen is die homoseksualiteit veroordeelt en uit Zijn of Haar naam hun eigen kinderen verbannen als ze openlijk uit de kast komen, zullen zich moeilijk in mijn toekomstbeeld kunnen vinden. Nochtans zijn er verschillende oude beschavingen geweest waar LHBT’ers een belangrijk onderdeel van de samenleving waren, volledig werden geaccepteerd en er hun eigen rol in hadden. Het is juist dát gegeven wat mij die visie geeft. De hele geschiedenis bestaat namelijk uit golfbewegingen, dat kun je op elk vlak zien, ook de seksuele moraal is daaraan onderhevig.

Dit alles gezegd hebbende neemt niet weg dat het uit de kast komen in deze tijd nog vaak best wel een dingetje is. Allereerst is er het gevecht in en met jezelf in de vaak al turbulente puberteit. Je wilt juist ‘er bij horen’ en niet anders zijn, en tóch voel je je anders. Vervolgens komt er dus het moment om tegen anderen, je ouders, familie, vrienden, te vertellen dat je homo of lesbisch bent. Voor iedereen is het een ander proces, voor de één is het makkelijker dan voor de ander. Tegen ouders die met hun kinderen omgaan zoals in het voorbeeld van het Facebookbericht zul je je als kind vertrouwder voelen om het gesprek aan te gaan, omdat je je gesteund en geliefd voelt dan tegen ouders die leven volgens een geloof waarbij homoseksualiteit hel en verdoemenis betekent, of ouders, met name vaak vaders, die vooringenomen in niet mis te verstane bewoordingen hun afkeer van homo’s regelmatig ventileren.

Daarnaast is uit de kast komen iets heel persoonlijks, jij, en jij alleen, bepaalt of en wanneer je uit de kast komt. En of je gedeeltelijk uit de kast komt of helemaal.  Daarmee bedoel ik dat je het misschien aan een aantal mensen verteld, maar nog niet aan iedereen en je dus de kastdeur nog even vasthoudt. Wat vooral zeker niet goed is en zeer ongepast, is als anderen je uit de kast duwen. Dat jij er nog niet aan toe bent, maar anderen, misschien heel goed bedoeld, jou wel eens even een zetje geven onder het mom van meteen in het diepe springen. In de progressieve jaren ‘70 was dat de methode, maar ik vind het uit de kast komen een te persoonlijk iets om het te veralgemeniseren van zo doe je dat, en dat is de enige manier.

Maar weet ook dat het verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht, wat ze je ook vertellen, echt geen doodzonde is. Wat is er mooier dan verliefd zijn op iemand die jouw liefde ook beantwoord? De zon schijnt feller, de kleuren zijn intenser, je voelt dat je de wereld aankunt met z’n tweeën. Het is magisch. Robert Long zong in 1988 een prachtig loflied op de liefde in het liedje ‘Hartstocht’. Dat het niet uitmaakt op wie je verliefd bent, maar dat het de liefde zelf is waar het omgaat. ‘Daar waar de liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen’,  zingt Robert. En zo is het.

 

Deze column is te horen in het programma Uit de Kast van van zaterdag 18 november 2017.



Categorieën:Column

Tags: , , ,

%d bloggers liken dit: