Column Frans Heemskerk: Gewenste kinderen

Frans HeemskerkFrans Heemskerk schrijft dagelijks een persoonlijk verhaal op zijn site Aydan’s World. Hij is verder vaste columnist bij het programma ‘Uit de Kast’ op Radio Capelle en Omroep Zuidplas. Zijn in dat programma uitgesproken tekst is hier na te lezen: 

Als bewust kinderloze pas ik altijd heel erg op met iets zeggen over kinderen in het algemeen en het opvoeden ervan, of liever gezegd het gebrek daaraan, in het bijzonder. Want wat weet ik er nou van? Niks natuurlijk, ik kan gaan en staan waar ik wil en heb geen verantwoording voor minimensjes. Lang leve de lol voor mij. Nee, dan de ouders, die kennen in den beginne geen nachten meer waarin aaneengesloten geslapen kan worden en moeten de woede-uitbarstingen van de vrucht van hun schoot het hoofd bieden, maar je krijgt er veel voor terug, zeggen ze dan. Het zal zo zijn, maar als ik zo’n hysterisch gillende kleuter zie die zijn zin niet krijgt, met naast zich de moeder met vale huid, uitdrukkingsloze ogen en vermoeide afhangende schouders die een dialoog probeert aan te gaan met de vierjarige, sis ik altijd tegen de geïrriteerde medewerkers van de desbetreffende winkel: ‘gebruik condooms’.

Daar waar men vroeger maar moest afwachten of je na je huwelijk gezegend zou zijn met de komst van één of meerdere kinderen, kun je, als er medisch gezien geen onoverkomelijkheden zijn, nu als stel plannen wanneer je een kind wilt. Het is maatschappelijk ook geen bezwaar meer als de ouders niet getrouwd zijn. Een kind wordt nog steeds gezien als de kroon op de relatie, maar tegenwoordig ook iets als waar men recht op heeft, bijna als een soort accessoire. In de jaren ‘70 kwam het verschijnsel BOM- of BAM-moeder op, de Bewust Ongehuwde Moeder of Bewust Alleenstaande Moeder. Wel een kind, maar geen man. Hoewel, ze had wel iets essentieels van een man nodig, maar daar waren voorzieningen voor.  Zij had récht op een kind, zo vond ze. Wat het kind daar van vond kwam niet in Frage.

Ook in lesbische relaties konden de eierstokken plots gaan rammelen en werd de gang naar de spermabank gemaakt. Wat er bij homokoppels dan ging rammelen weet ik niet, maar ook zij konden een kinderwens hebben. Die was wat moeilijker te verwezenlijken om de simpele reden dat er niet gebaard kan worden. Zij hielden daardoor dan wel hun gestroomlijnde figuur, maar ook zij hadden recht op het hebben van een kind, vonden ze. Op een gegeven moment voldoen één of twee raskatten niet meer om je vaderlijke gevoelens op te projecteren. Gelukkig voor hen kon er na een hele strenge screening, net zoals bij ongewild kinderloze heteroparen, geadopteerd worden. Vaak een kind uit een ver en warm land voor wie hier een betere toekomst in het vooruitzicht lag dan in het geboorteland.

Maar we leven in en maakbare maatschappij, waar de wil van het individu een belangrijke plaats inneemt. En daar waar ik voor mezelf had bedacht dat onvruchtbaarheid en homoseksualiteit de manier van de natuur is om overbevolking tegen te gaan en bij adoptie het spreekwoordelijke mes aan twee kanten snijdt, ging ik daarmee voorbij aan het feit dat er bij zowel lesbische- als homokoppels toch echt een diepe kinderwens kan bestaan die verder gaat dan de spermabank en adopteren. Ze willen een kind waarbij de verwekker van het kind bij een lesbisch stel en de draagster van het kind bij een homostel erkend worden als vader en moeder en in een co-ouderschap meedraaien in de opvoeding van het kind. En dat kan, die ruimte is er. Zo kan een kind twee moeders en één vader hebben of twee vaders en één moeder tot ook twee vaders en twee moeders.

Het geeft vader- en moederdag wel een heel andere dimensie. Het kind moet er echt voor sparen, bedoel ik maar zeggen. En wat ik er verder van vind als kinderwensloze? Ondanks dat ik eerder stelde dat men als heterostel het krijgen van kinderen kan inplannen, gebeurt het nog verbazingwekkend vaak dat men onbedoeld zwanger raakt ook al was men er mentaal, financieel of op een ander gebied nog niet aan toe. Om nog maar niet te spreken over heterorelaties die eigenlijk voorbij zijn maar dan ‘een kind nemen’ om de relatie nieuw leven in te blazen, en vervolgens teleurgesteld moeten constateren dat het niet heeft gewerkt. ‘We hebben er alles aan gedaan, zelfs nog een kind genomen’. Tja. Er hoeft niet echt over nagedacht te worden, dat is bij lesbische- en homostellen anders. Daar wordt er heel bewust over gesproken, nagedacht, voors en tegens tegen elkaar afgewogen eer men de stap zet, zodat ik het gevoel krijg dat het kind er meer dan welkom is, zoals het ook hoort en gelukkig bij de meeste hetero’s ook het geval is. Want laten we het er vooral over eens zijn dat het kind in kwestie, waar en bij wie het ook geboren wordt, nergens om gevraagd heeft.

Heb ik dan helemaal niks met kinderen? Kinderen op zich zijn best leuk. Ik heb op de sportschool regelmatig gesprekken met vijf tot zeven jarigen en dan ontroert het me hoe eerlijk, onbevooroordeeld en open ze zijn. Het zijn ook meer de ouders van nu die hun gewenste kinderen als prinsen en prinsesjes zien en ze ook zo behandelen waar de kinderen zelf niet echt leuker van worden. Leuke opgevoede kinderen vallen me ook in positieve zin op, omdat die welhaast een zeldzaamheid aan het worden zijn.

Deze column is te horen in het programma Uit de Kast van Radio Capelle van zaterdag 18 maart 2017.



Categorieën:Column

Tags: , , ,

%d bloggers liken dit: