Column Frans Heemskerk: Labels

Frans HeemskerkNieuw: de column van Frans Heemskerk. Frans schrijft dagelijks een persoonlijk verhaal op zijn site Aydan’s World. Hij is gisteren begonnen als vaste columnist bij het programma ‘Uit de Kast’ op Radio Capelle. Zijn uitgesproken tekst is na de uitzending te lezen op deze site. Frans Heemskerk was te gast in de Roze Golf van 31 juli.

Labels

Labels plakken. We doen het allemaal, het zit in de mens, al is het alleen maar om onze positie te bepalen ten opzichte van de ander. We ontmoeten iemand, schatten hem of haar in en een label is geplakt, dat hoeft niet altijd negatief te zijn, het kan ook zijn om ons te vervoegen naar diegene, ons aan te passen. Maar klopt het label wel? Is een eenmaal door intuïtie geplakt label ook weer te verwijderen?

De LHBT gemeenschap strijdt ervoor om minder te labelen, minder in hokjes te denken, tegelijkertijd labelen we ons als LHBT-er om daarna het door onszelf opgeplakte label er het liefst in één keer weer van af te trekken, zoals je moeder vroeger een pleister in één keer van een geheelde wond aftrok, want dan deed het minder pijn. Naast Sint Nicolaas de grootste leugen uit je jeugd.

Ook wordt er binnen de LHBT-gemeenschap zelf ongelofelijk veel gelabeld. In het begin van de jaren 70 was er voor homoseksuele mannen de zogenaamde ‘zakdoekencode’. De kleur van de zakdoek bepaalde waar jouw seksuele preferentie naar uitging, ook de kant van het lichaam wáár de zakdoek werd gedragen was van belang. Hing de zakdoek links uit je broekzak was je dominant, rechts passief, was de zakdoek om de nek geknoopt was de persoon versatile. Allemaal sublabeltjes binnen een groep. De zakdoekencode staat niet meer in het centrum van de belangstelling, maar op chatsites voor gaysuelen is de tweede of derde vraag vaak: “Ben je top of bottom?” Ook prijst men zichzelf nadrukkelijk als ‘mannelijk’ aan, over het algemeen wordt dat hoger ingeschat in de gaywereld.

Is het dus zo dat de blanke heteroman dan wel de zich (overcompenserende) mannelijk gedragende blanke homoman als norm gelden en wordt vanuit dat perspectief alles wat daarvan afwijkt door de maatschappij gelabeld? Het zou zomaar kunnen, maar soms kun je je ook heerlijk achter zo’n opgeplakt label verschuilen als het je zo uitkomt. Denk maar aan de keiharde zakenvrouw die met haar pump het glazen plafond verbrijzeld en op kantoor wordt gevreesd door haar autoritaire bitchy gedrag, omdat zij denkt dat dát de manier is om op gelijke voet met haar mannelijke collega’s te staan. Zij kan in een oogwenk het label van het onnozele kindvrouwtje op zich plakken als het om klussen in huis gaat. De vrouw die op haar werk in functioneringsgesprekken volwassen mannen met een duim in hun mond in de foetus houding kan brengen kun je dan kirrend horen zeggen: “Nee, verven en behangen dat moet Jan Jaap doen, dat kan ik echt niet, hé lieverd”.

En zelf doe ik dat natuurlijk ook, ik gooi mijn homo-zijn ook wel eens in de strijd als dat zo uitkomt. Ik had voor mijn buurman, type groot, stoer en beoefenaar van alle duursporten die er bestaan, eens zijn planten in leven gehouden toen hij op vakantie was. Bij terugkomst had hij een aardig presentje meegebracht als dank, en zei hij: “Als ik iets voor je kan doen, of als je iets wilt lenen moet je het zeggen hoor”. Nu was het enige tijd later dat ik wat in mijn woning had laten behangen en witten. ‘Laten’ is vanzelfsprekend het sleutelwoord in die zin. Ik had zelf de lamp opgehangen en aangesloten, en nu moest alles wat ik had gekocht om decoratief aan de muren te hangen worden aangebracht. Omdat de muren van beton zijn had ik een betonboormachine nodig en die had mijn buurman. “Lukt het of heb je hulp nodig?” vroeg hij. Ik zei dat ik het zelf ging proberen. Boortje in de machine en boren maar, ik had een te klein boortje gebruikt en wilde er een grotere in doen, maar had geen idee hoe ik het boortje weer moest verwijderen. Terwijl ik aan het puzzelen was ging de deurbel, de buurman. Hij had een geamuseerde blik in zijn ogen en vroeg of het ging. “Nou ja, euh, ik krijg het boortje er niet uit”. Hij legde uit hoe het moest en vroeg nog maar eens of hij niet moest helpen. Ach wie hield ik nu voor de gek? Ik ben geen doe het zelver, en ik had de lamp immers al opgehangen wat ik best een hele prestatie vond. Ik plakte het label van de homo met de twee linker klushanden op me en de buurman ging op mijn aanwijzingen aan de slag. En omdat hij er nu toch was ook maar even een kier onder het slaapkamerraam, waar regenwater door naar binnen kwam, dicht gekit. Ik had zelf al kit gekocht, maar kwam er thuis achter dat je daar een kitpistool voor nodig had. Wie weet zoiets? Vanzelfsprekend was de buurman in het bezit van zo’n kitpistool.

Labels, ze worden geplakt en je plakt ze zelf bij anderen of, als het je zo uitkomt, bij jezelf. Daarbij is Nederland bij uitstek een land van hokjesdenken, niet voor niets hebben wij spreekwoorden als Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen en Wat de boer niet kent dat vreet ie niet. Ik zou er een variatie op een ander oud spreekwoord aan willen toevoegen: Label een ander niet zoals gij zelf ook niet gelabeld wilt worden. We willen kunnen plaatsen, kunnen duiden, niets frustreert de gemiddelde Nederlander meer dan mensen die zich buiten het voor hen of door hen bedachte hokje treden. En meteen is niets leuker om te doen dan dat, net even anders zijn dan wat men denkt. De veel te vroeg overleden Mama Cass Elliot zong het al in 1970 “I’d rather be different than be the same”.

 

Deze column is te horen in het programma Uit de Kast van Radio Capelle van zaterdag 3 september.



Categorieën:Column

Tags: ,

%d bloggers liken dit: