Column: Verliefd op een BN’er

column joop van den haakJoop van den Haak bespreekt elke twee weken weer een ander facet van het rijke roze leven, of een dagelijks dilemma. Dit keer: Verliefd op een BN’er.

Toen ik Frits, een kennis van me, zag, zei ik :’Wat zie je er stralend uit, jongen, alsof je verliefd bent.’

‘Joop, dat ben ik ook, maar het is een onmogelijke liefde. Hij, ik noem zijn naam niet, is hetero. Hij is ook een bekende Nederlander. Hij verzorgt programma’s zoals: pesterij, bijzondere liefdes, waaronder ook Hij of zij die uit de kast komt.’

Frits en ik besloten een en ander op papier te zetten en het als column te plaatsen. We zouden de echte naam van de Bekende Nederlander niet noemen. We verzonnen de naam Wouter. We gaven hem mee: een goed gevormd lichaam, blond, getrouwd met een vrouw. Een omschrijving die deels overeenstemde met zijn uitstraling.

‘Frits, je hebt je verliefdheid voor Wouter onmogelijk genoemd, want uit het voorgaande blijkt dat een relatie met hem er niet in zit, vooral omdat hij hetero is. Maar je zou met Wouter wel gewoon vrienden kunnen worden, echter het bed zul je naar alle waarschijnlijkheid nooit met hem delen.’

‘Inderdaad, Joop, daar heb je gelijk in. Toch onderdruk ik mijn gevoelens van verliefdheid nog niet. Ik heb nu niet iemand anders en voor mezelf doe ik alsof Wouter mijn grote liefde is. Als ik alleen ben in mijn huis fluister ik zijn naam. Soms roep ik in de stilte van mijn huis: Lieve Wouter, wat zou ik je graag als lover willen hebben. Waar kan ik jou, my love, een plezier mee doen?

‘Maar als je die onmogelijke liefde, zoals je zelf zegt, je zo sterk gaat inbeelden en je op een dag tot de conclusie komt dat het een liefde is die nooit werkelijkheid wordt, zul je je dan niet doodongelukkig gaan voelen?’

‘Dat risico loop ik Joop, maar van de andere kant geeft het zo’n fijn gevoel, telkens weer te denken: ik ben verliefd op Wouter. Dat heerlijke gevoel wil ik zo lang mogelijk vasthouden.’

Na dit gesprek zag ik Frits enige tijd niet, tot dat ik hem opeens weer ergens ontmoette. Weer had hij die stralende lach, die een verliefd iemand eigen is. Een lach van een jongen of man die op het liefdespad aangename vorderingen heeft gemaakt.

‘Frits, ben je nog steeds verliefd op je droomvriend Wouter? Kun je hem nog steeds niet loslaten?’

‘Het zit anders, Joop. Veertien dagen geleden was ik in de Apollo Bar, gefingeerde naam, en ontmoette daar een jongen, die zo’n sterke gelijkenis met mijn zogenaamde droomvriend had, dat ik zowaar hevige hartkloppingen van verlangen kreeg naar die John, de jongen in de bar. Onze ogen ontmoetten elkaar in grote welwillendheid. Oh, Joop, ik ben zo verliefd, maar nu op John. Wouter is nog maar een vage schaduw in mijn denken, hoewel ik die droomaffaire natuurlijk nooit helemaal zal kwijtraken. John en ik worden een koppel, zeker weten.’

Ik slaakte een zucht van verlichting, want ik was echt bezorgd geweest om Frits en zijn droomvriend. Gelukkig, hij koos voor een echte relatie.

Af en toe zie ik Frits en zijn nieuwe vriend nog weleens. Ze zijn nog steeds tot over hun oren, verliefd op elkaar. Ik ben blij voor hen.

Beste lezer, ben jij ooit weleens verliefd geweest op iemand waarvan je van te voren wist dat het om allerlei redenen nooit iets zou kunnen worden, laat het ons, redactie of mij, toch ’s weten. Wie weet zijn anderen daar in geïnteresseerd en voel je je gesterkt in die belangstelling.



Categorieën:Column, Joop van den Haak

%d bloggers liken dit: