Column: Zij spraken niet allebei dezelfde taal

column joop van den haakJoop van den Haak bespreekt elke twee weken weer een ander facet van het rijke roze leven, of een dagelijks dilemma. Dit keer: Zij spraken niet allebei dezelfde taal.

Toen Jim mij zijn verhaal vertelde, dacht ik aanvankelijk: my lord, wat is dit anekdotisch, maar gaandeweg bemerkte ik dat het toch problematisch is als twee mensen niet dezelfde taal spreken en beide geen andere vervangende taal ter beschikking hebben dan alleen maar gebarentaal om hun gevoelens te laten blijken.

Jim bezocht nogal eens ontmoetingsplekken om iemand voor een snelle liefde te veroveren. Op een dag zag hij in een park een getinte jongen, die naar Jims smaak er erg knap en lekker uitzag. Toen de jongen zich tot hem richtte, maakte hij geluiden, die Jim aan de Chinese taal deden denken. Jim keek afwachtend toe, toen hij bemerkte dat de Chinees door bepaalde gebaren te kennen gaf wel iets met hem te willen, maakte ook hij gebaren die aan liefdeshandelingen deden denken.

Ach, soms zijn er eigenlijk geen woorden nodig om met elkaar in een verlaten schemerig park de liefde te bedrijven, zo verging het die eerste keer ook Jim en die Chinees.

Toen het verrukkelijke spel tussen beide mannen was beëindigd, maakte de Chinees alweer bewegingen die Jim nu aan een huis deden denken. Hij aarzelde, want om nu zomaar een vreemde naar zijn huis mee te nemen, was dat wel verantwoord? Maar verblind door verliefdheid zag hij ineens geen bezwaren meer en wenkte met zijn hoofd dat de Chinees met hem mee kon gaan.

Bij Jim thuis sloeg de passie tussen hem en die Chinees in volle hevigheid toe. De mannen verslonden elkaar in orkaan van liefde.

De andere dag bleek dat de Chinees geen enkele blijk gaf om te zullen gaan vertrekken. Koortsachtig dacht Jim over deze situatie na. Zijn denken viel uiteindelijk op zijn buurman Gijs, ook iemand van de herenliefde. Gijs was taalkundige. Hij had Chinees geleerd. Per mobiel verwittigde Jim zijn buurman over wat er al zo de afgelopen avond en nacht was gebeurd. De spontane buurman was binnen vijf minuten bij Jim present.

De Chinees, die later Mao bleek te heten, bekeek Gijs wat wantrouwig. Het was alsof hij dacht: die vreemde vent zal toch niet…..? Het zou ook kunnen zijn dat hij dacht: Die vent heb ik eerder gezien, wat moet hij van me?

Gijs was de vriendelijkheid zelve, stelde Mao op zijn gemak en even later vertaalde hij zijn gesprek met Mao als volgt: ‘Jim, Mao wil vrienden met je worden. Hij is stapelgek op je. Hij denkt dat jij ook stapelgek op hem bent.’

Jim knikte nadrukkelijk van ja en keek verlekkerd naar zijn Mao.

Gijs vervolgde zijn verdergaande uitleg: ‘Jim, Mao heeft werk. Hij heeft een baan als kok bij een goed bekend staand Chinees eethuis. Hij heeft ook een verblijfsvergunning. Je hoeft helemaal niet bang te zijn, dat hij op jouw kosten wil gaan leven.’

Mao ging een paar dagen later Nederlands leren. Ik zelf vond het wel gek dat hij dat al niet veel eerder had gedaan. Maar wie was ik om daar wat over te zeggen. Ik was alleen maar blij dat Jim en zijn Mao met elkaar waren, en zo mogelijk vrienden voor het leven zouden willen blijven. Wellicht met elkaar zouden gaan trouwen.

Ik was verrukt over de snelle relatie tussen Jim en Mao. En inwendig bezong ik reeds de bruiloftsmars. Want ik was er van overtuigd dat de twee vroeg of laat zouden gaan trouwen.

 



Categorieën:Column, Joop van den Haak

Tags: ,

%d bloggers liken dit: