Column: Mijn vriend doet niets aan het huishouden

column joop van den haakJoop van den Haak bespreekt elke twee weken weer een ander facet van het rijke roze leven, of een dagelijks dilemma. Dit keer: Mijn vriend doet niets aan het huishouden.

Wouter en jij zijn sinds kort gepensioneerd. Wouter werkte voorheen fulltime en bracht het meeste geld in het laatje. Jullie hadden daardoor een prettig besteedbaar leven. Jij, Carlo, werkte halve dagen en zorgde voor alle huishoudelijke taken. Wouter deed daar niets aan.

Carlo, jij keek altijd enorm naar Wouter op. Je volgde hem meer dan hij jou. Je vond toen jullie beide gepensioneerd waren dat daar verandering in moest komen. Je besloot met Wouter te overleggen dat de huishoudelijke taken voortaan verdeeld zouden worden. Wat dat betreft, kreeg je meteen nul op je rekest. Wouter vond namelijk dat hij door zijn jarenlange inbreng genoeg aan vermogenswinning voor jullie beide gedaan had. Hij vond eigenlijk dat je hem daarvoor dankbaar moest zijn. Wouters reactie, Carlo, schoot bij jou volledig in het verkeerde keelgat. Je zwoer bij je zelf, ondanks het feit dat je altijd volgzaam was geweest, om wraak.

Die zelfde avond begon je al met acties. Je maakte voor je zelf koffie. Op zijn vraag: ‘Wat is dat nou, Carlo, krijg ik geen koffie?’ zei jij: ‘Je weet waar de koffie staat, bedien je zelf, maat.’

‘Zeg ben jij belazerd,” riep Wouter woedend uit. Hij stond op van zijn stoel en met een boze blik naar jou, Carlo, gericht, zei hij: ‘Zeg, bekijk jij het maar. Ik ga op de hoek bij (Barts koffie) wel een bakkie doen.’ Met rood hoofd van woede liep Wouter snel de deur uit.

Carlo, jij reageerde niet op de reactie van je vriend en liet hem gewoon gaan. Toen hij ‘s avonds laat toch weer thuiskwam, volgde het dagelijkse uitkleed ritueel. Wouter liet zoals gewoonlijk zijn kleren vallen op de plek waar hij normaal op dat moment stond, Jij pakte deze keer zijn kleding niet op, anders raapte jij zijn boeltje bijeen en legde zijn kleren netjes gevouwen op een stoel. Dit keer deed je dat bewust niet.

De andere dag, Carlo, beet Woutertjelief je toe: ‘He, had je mijn kleren niet ’s netjes kunnen opruimen!’

‘Sorry, Wouter, Ik ben je huishouder niet. Je ruimt je zootje voortaan maar zelf op. Enne… nog ’s iets: ik ga straks de bovenkant van de keukenkastdeuren soppen en jij sopt de onderkant van de keukenkastjes. Ja! De boel moet wel netjes blijven, Ja!’

‘Joh, je lijkt wel niet wijs’, riep Wouter met zijn lage stem woedend uit. Hij trok zijn kleren en overjas aan en wederom verliet hij geagiteerd het riante vriendschapshuis.

Carlo, toen Wouter weg was, begon je je toch zorgen te maken. Zou Wouter, je minnaar, zo kwaad op je zijn dat hij je voor goed zou willen verlaten? vroeg je je bezorgd af. Je voelde je ogen vochtig worden. Je vroeg je af: ben ik te ver gegaan?

Laat in de avond werd er gebeld. Carlo, je ging naar de voordeur. Daar stond Wouter. Hij was zijn sleutels vergeten. Hij had een grote bos bloemen bij zich. Bedremmeld klonk Wouters stem: ‘Sorry, schat, Ik heb nagedacht: Je hebt gelijk, je bent niet mijn huisslaaf. We moeten de huishoudelijke taken verdelen, maar je moet me wel het een en ander leren, Carlootje, want ik weet helemaal niets van het huishouden.’

 

Carlo, je pakte de bloemen aan. Het waren anjers, daar hield je zo van. Je legde de bos op een meubel in de vestibule. Je vloog in Wouters wijd geopende armen. Jullie eerste bejaardenruzie werd met veel kussen teniet gedaan. Later in bed werd het feest. Eind goed, al goed.

Tja, soms moet je, zoals in het geval van Carlo, hard zijn om uit een uit de hand gelopen situatie te kunnen komen.

Laat je vooral niet koeioneren door je vriend.

 



Categorieën:Column, Joop van den Haak

Tags: ,

%d bloggers liken dit: