Column: De jongen bekeek in een tijdschrift blote mannen

column joop van den haakJoop van den Haak bespreekt elke twee weken weer een ander facet van het rijke roze leven, of een dagelijks dilemma. Dit keer: De jongen bekeek in een tijdschrift blote mannen

Sjuul is een mooie, sportieve man van 35 jaar. Hij doet aan judo, heeft de zwarte band met meerdere behendigheids- gradaties (dans) en hij is ook nog ’s roze. Hij is gek op hele jonge jongens, die mooi en een tikje vrouwelijk zijn, dat soort types verwent hij graag en laat zich ook door hen graag plezieren.

Sjuul, die mij altijd zijn verhalen vertelt, is voor mij om die reden een boeiende vent. Hij heeft aldoor de wildste verhalen. Of ze altijd waar zijn, weet ik niet, maar dat kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Ik geniet gewoon van datgene wat hij mij vertelt.

Sjuul zat op een dag in de trein op een zodanige plaats dat hij ongemerkt oog had op een jongeman, die in een tijdschrift zat te bladeren. Hij schatte de jongen op een jaar of twintig. De adonis bezat een mooi gezicht, glad met iets vrouwelijke gelaatstrekken. Sjuul smolt helemaal weg bij het aanschouwen van die schoonheid.

Plotseling verscheen er een hoofd boven de bankleuning uit, waar Sjuuls schoonheid gezeten was. Maar dan ineens draaide de knul zijn hoofd naar een ander om en riep: ‘He, Karel, er zit hier een poot naar blote mannen in een geil boekje te kijken.’

‘Het is niet waar! Nou, Gijs, die moeten we een lesje leren. Wij houden niet van homo’s.’ De twee homofobe gasten sprongen pardoes naast de plek waar de jongen zat, die inmiddels was geschrokken van de bedreigende taal van de twee gasten en hun verbeten plannen jegens hem.

Sjuul, de potige judoka, sprong op vanaf zijn zitplaats en riep woedend uit: ‘Als jullie die jongen met een vinger aanraken, krijg je met mij te maken. Ik lust jullie potenrammers rauw.’

De twee potenrammers draaiden zich naar Sjuul om en toen ze zagen hoe sterk die vent er uit zag, namen ze ineens de vlucht. De trein was juist tot stilstand gekomen en de twee onverlaten haastten zich de trein uit. Ze wilden vooral zelf niet op een pak slaag van die grote kerel getrakteerd worden.

Sjuul liet de twee zonder meer gaan, maar voegde zich wel snel beschermend op bij de jongen, die zat te trillen op de bank, zijn tijdschrift van blote mannen was intussen op de vloer van de trein gevallen. Sjuul, attent zoals hij was, pakte het bewuste blad van de vloer op en overhandigde het aan de jongen.

Paul, zo heette de schoonheid, keek verbaasd op. Sjuul met zijn charisma en charme stelde de jongen gerust met de woorden: ‘Waar is de reis naar toe, Paul?’

‘Naar Amsterdam.’

‘Oh, daar woon ik ook. Ik heb daar een leuk appartement. Heb je tijd en zin om met mij mee te gaan. Bij mij kom je wat tot rust en als je dat wilt, kunnen we het leuk hebben samen.’

In Sjuuls appartement werd het tussen hem en Paul aangenaam gezellig. De jonge knappe spetter was erg gewillig en liet zich tot Sjuuls genoegen zich graag door hem verwennen.

 

Aan het eind van zijn verhaal zei Sjuul, ‘Joop, Paul en ik hebben het sindsdien heerlijk met elkaar. vol van verrassende ontmoetingen. Bovendien tegenwoordig gebeurt er van alles en nog wat in de trein. We blijven contact houden. Paul is de liefde van mijn leven.’

Nou ja, dacht ik bij mezelf, het klinkt alles bij elkaar zo geloofwaardig. Ik geloof Sjuul deze keer volledig. Waarom ook zou zo’n gebeurtenis eigenlijk niet waar kunnen zijn?



Categorieën:Column, Joop van den Haak

Tags: ,

%d bloggers liken dit: